Projectomschrijving

Aanvankelijk waren we helemaal mee met Alexisonfire (spreek uit Alexis On Fire, want genoemd naar porno-actrice Alexis Fire), maandag 4 juni 2018 in een redelijk gevulde AB. De band kwam op onder begeleiding van een opzwepende electro-intro, gevolgd door een gierende gitaartoon die naadloos overging in het energiebommetje dat Young Cardinals was. In onze toen enthousiast bijeen gekrabbelde notities lazen we “Therapy? meets The Haunted meets Rise Against!!”, uitroeptekens incluis. We kwamen daar nogal snel op terug.

De  mix van de mooie heldere en melodische zang van gitarist Dallas Green, de wat rauwere gebalde zang van gitarist Wade MacNeil en het geschreeuw van ‘zanger’ George Petit kon ons in eerste instantie bekoren. Maar dat het kunstje van Green die de refreinen prachtig zong, met wat toegevoegde rauwe zang van MacNeil en brulboei Petit die alle strofes uitbraakte, in werkelijk elk nummer herhaald werd, ging ons wel erg snel vervelen. Werkelijk elke song bleek diezelfde opbouw te hebben. Maar we zijn zeker dat de die hard-fans in de mosh pit daar helemaal anders over dachten. Voor hen was dit vast een hoogmis en dan zijn wij aan het vloeken in hun metal-kerk.

De Canadese formatie Alexisonfire was actief tussen 2001 en 2011 toen ze ermee stopten. Sinds 2015 nam de band de post hardcore-draad weer op. Toegegeven, we hebben de heren destijds niet zo gevolgd , toen waren we meer in de ban van het eerder vermelde lichtjes geweldige  The Haunted.

Wij zagen maandagavond een band die het zeker niet aan vitaliteit, snelheid en fysieke kracht ontbrak, maar waar waren de deftige songs? Waarom klonk elke song in de set als een kopie van het vorige nummer? Niets mis met verantwoord lawaai, de gitaren klonken trouwens heerlijk en die vocalen van Green waren immer prachtig. Nu nog én hard en melodieus én deftige songs, zoals de melodic death metal en groove metal The Haunted dat dus zo meesterlijk doet. Maar de vergelijking met deze zweden loopt volledig spaak.

Ja, Drunk, Lovers, Sinners and Saints was best leuk en This Could Be Anywhere In This World was behalve een publieksfavoriet echt een behoorlijke uitschieter dat een klein beetje aan October File deed denken. Het beste nummer in de set was dan het bluesy The Northern, zo goed als volledig gezongen door Dallas Green, het zou zowaar een song van Joe Bonamassa kunnen zijn. Het stukje When Doves Cry van Prince dat MacNeil eraan vastplakte was zowaar leuk en goed gedaan.

Wat de band bezielde om na de afsluiter Happiness is the Kilowatt zich aan Tears For Fears’ Shout te vergrijpen, mag Joost weten. Joost? Hij mag ons ook vertellen wat de meerwaarde was van het tot moes te slaan van de microfoonstandaard, na afloop. Of, dat is rock ’n roll zeker, maar leert het cliché ons niet dat je dat dan met gitaren doet?

Er zat natuurlijk veel snelheid en kracht in de set van Alexisonfire, de gitaren gierden gretig en er waren wel meerdere energiebommetjes. Maar wij bleven op onze honger zitten bij een iets teveel aan dertien in een dozijn aan gaan met die banaan-nummers. De concertgangers die vroegtijdig de zaal verlieten, dachten er allicht hetzelfde over. Of ze hadden een trein te halen natuurlijk…

Copyright foto : Alexisonfire