Projectomschrijving

KEVIN MORBY + JESS WILLIAMSON Leffinge, De Zwerver 01/11/2017

De hoge temperaturen laten het anders blijken, maar de herfst is reeds volop bezig en naar aloude (goede) gewoonte draait ook de Autumn Falls-molen op volle toeren. 1 november, een betere datum om onze favoriete treurwilg (Kevin Morby dus) konden we niet bedenken. Afspraak voor het melancholische onderonsje: De Zwerver in Leffinge.

De Kevin Morby-fans zijn het ondertussen al gewoon dat het genie uit Kansas graag Jess Williamson mee op tour neemt. Een hechte vriendschap en ook het feit dat zijn gitariste Meg Duffy wat mee tokkelt op de set van de Texaanse singersongwriter is daar de reden van. Traditionele countryfolk die niet zou misstaan op een label als pakweg Bella Union wegens zijn schoonheid, maar wat genekt wordt door de eentonigheid.  Maar goed, wie zich wil laten meevoeren door een hemelse stem (dat heeft ze!) zal daar maar weinig om malen. Een muisstille zaal, ook al betraden de meeste fans pas de zaal toen de grootmeester begon…

Kevin Morby, ooit de frontman van Woods van The Babies en de bassist van Woods, maar na vier ijzersterke albums één van de allerbeste countryfolkperformers van vandaag, om niet te zeggen de allerbeste.

Net zoals zijn labelmaatje Ryley Walker dweept de Amerikaan graag met Bob Dylan. Invloeden die je sowieso hoort, maar hij staat niet zoals zo vele Dylan-adepten in de schaduw van de legende, en dat is wat Kevin Morby zo groots maakt.

Volgens Jess Williamson was De Zwerver heel wat gezelliger dan de Electric Ballroom in Londen waar ze de avond voordien hadden gespeeld. Het is maar dat je het weet… Kevin, in zijn versleten legerpakje die hij deze zomer ook al op het Cactusfestival droeg, begon meteen met een langgerekte versie van City Music. Geen technische foefjes, alles op zijn lo-fi sixties en meteen een entree om u tegen te zeggen!

Een nieuw album moet je vieren, en Morby bracht er onmiddellijk ook maar het ontroerende Crybaby, de naar STIFF ruikende rocker 1234 en het aangrijpende Aboard My Train uit. Of die vierde langspeler nu zwakker is dan zijn vorige is? Laten we het zo stellen, City Music zal in ons eindejaarslijstje prijken en geloof ons, we krijgen heel wat door de strot geduwd.

Maar eerlijk is eerlijk, het eerste hoogtepunt kwam uit zijn eerste plaat, de titeltrack Harlem River. Heerlijke kunst van een troubadour die ergens onderweg de geest van Jeff Buckley tegenkomt. Moeilijk om de tranen te bedwingen, maar we zijn dan ook maar een crybaby…

Tijdens Destroyer stelde Morby zijn band voor, en die zijn zeker niet onbelangrijk. Gitariste Meg Duffy liet in een interview al verstaan dat City Music het werk is van een groep, en daar hoort ook bassist Cyrus Gengras en drummer Nick Kinsey bij.

Bij I Have Been To The Mountain hoorden we voor het eerst een nijdige Morby, gevolgd door het integere All Of My Life. Morby zorgde voor de ene emotionele mokerslag na de andere, met Parade uit zijn tweede plaat (Still Life) als tweede hoogtepunt.

Bij de tearjerker Come To Now waarbij Morby achter de piano ging zitten, ging het eventjes mis. “Just pretend you didn’t hear the last 20 seconds, so you still think I can do no wrong” grapte de singersongwriter. We deden het met plezier, want een paar seconden later stonden onze ogen opnieuw nat van de tranen.

Op Downtown’s Lights zette Morby een hoed op die klaar hing waardoor de gelijkenis met Dylan nog wat extra geaccentueerd werd.

Alvorens Morby en zijn gevolg de weg van de coulissen volgde gaf hij de concertgangers nog een genadeslag met Beautiful Strangers. Helemaal alleen op de akoestische gitaar, en met een tekst waar een normaal mens zeer stil van wordt: If you ever hear that gunshot, you may think ‘bout what you do but you don’t got. Say a prayer, think of mother, I am a rock.

Dry Your Eyes zong Morby tijdens de bisronde. Onmogelijk. Ontroering door zichzelf te zijn, één van de meest aangrijpende concerten die je dit jaar zag, of niet zag. Herkansing nog deze week in de Botanique op 3 november.

DIDIER BECU