Projectomschrijving

Dieter Von Deurne & The Politics. Ze stonden op Boomtown en Melkrock, en wie ze zag was het er roerend over eens: ze schitterden! Ze doen het binnenkort nog eens over op Leffingeleuren, een must mocht je het hebben gemist, of gewoon nog eens wil genieten. Na een subliem debuut vonden wij het hoog tijd om op de schoot te gaan zitten van Dieter Sermeus.

Dag Dieter, je moest het maar niet gedaan hebben, maar een bandsnaam als Dieter Von Deurne & The Politics vraagt evenwel om wat uitleg. 
Je moest eens weten hoeveel discussie er aan voorafgegaan is. Ik wilde op één of andere manier mijn naam in de groepsnaam verwerken. Na wat puzzelen kwam ik op Dieter von Deurne. Wonende in Deurne leek me dat wel wat en enkele buitenlandse kennissen vonden dat niet meteen ‘onnozel’ of zo. Het bekte wel. Toegegeven sommige zullen wellicht het plezierige Deurne met al zijn facetten te direct vinden maar voor zij die het niet kennen is het gewoon mijn nieuwe achternaam (lacht).
The Politics leek me een fijne naam voor de groep en tegelijkertijd zegt het ook iets over deze plaat. Niet dat die in your face politiek is maar het gaat toch over meer dan alleen maar liefde en breuken in de liefde. Het zou kunnen dat ik op een volgende plaat The Politics vervang door The Scientists of zo…ik wil al zo lang eens een dubplaat maken.

Prachtig debuut,maar natuurlijk hoor ik hier het indiegeluid van de jaren 90 in, maar dat had ik nu eenmaal van je verwacht. Is dit een geluid dat vastgeankerd zit in je muzikale ziel?
Absoluut ik ben eind jaren tachtig en  begin jaren negentig intensief naar muziek beginnen luisteren. Ik hing toen ook rond in ’t Lintfabriek in Kontich waar ik massa’s muziek leerde kennen. Maar het was op zich geen bewuste keuze om terug naar de roots te gaan. Ik had liedjes en wilde die graag zonder te veel gedoe met wat vrienden spelen. Voor we het wisten hadden we een plaat bijeen geschreven en de nummers ingekleurd met heel wat muzikale herinneringen uit de jaren negentig.

Het duurde een hele tijd vooraleer je na The Go Find opnieuw weer iets muzikaal deed. Had je er genoeg van, en waarom kwam je terug?
Naast muziek maken heb ik ook een job en een gezin. Het is niet altijd makkelijk om al die zaken in evenwicht te houden ook al lukt me dat de laatste jaren wel beter. Ik had nood aan een periode waar ik wat meer controle had over mijn agenda. Maar algauw begon ik alweer muziek te maken. Het is een noodzakelijk onderdeel van mijn leven. Het maakt mij gelukkig en ik krijg van een leuk optreden of repetitie heel wat energie.

Vreemd genoeg bestaat Dieter Von Deurne & The Politics, op Hans na, bijna volledig uit de line-up van The Go Find. Een logische keuze?
Tuurlijk! Er was ook geen ruzie in The Go Find. The Go Find is een fantastische bende vrienden en muzikanten. Het was heel logisch om Nico en Steven te vragen. De andere jongens hadden op dat moment al heel wat werk met andere projecten (Stuff, Erickson Delcroix….)

Op jullie debuut hoor je veel, maar altijd is er die drang om ook pop in jullie muziek te steken. Hoe belangrijk is pop voor jullie?
Ik luister naar heel veel verschillende muziek (ook een erfenis uit de jaren negentig), maar als ik muziek maak kom ik altijd uit op popmelodieën. Ik droom al wel eens van een experimentele electronicaplaat, maar kom altijd bij popmuziek uit als ik begin te sleutelen aan liedjes.

Net zoals bij The Go Find zitten jullie op Morr Music, een internationaal label. Opent dit meteen de internationale deuren, want ik heb toch ergens het gevoel dat je met deze groep meteen van nul moet beginnen.
We moeten absoluut weer van nul beginnen. Dat vinden we eigenlijk ook best leuk. We hebben in het voorjaar in café’s gespeeld en kleine zaaltjes en dat was heel leuk. Ik kwam op plekken waar ik in de jaren negentig nog met Orange Black had gespeeld. De muziek is heel geschikt voor kleine ‘groezelige’ podia.  Laat maar komen!
Morr Music is een fantastisch label. Thomas Morr gelooft in wat we doen en dat is heel fijn.

Dat terug van nul beginnen, is dat een zegen of een vloek?
Eigenlijk heb ik bij elke plaat wel het gevoel dat ik weer opnieuw moet beginnen. Ook met The Go Find hebben we altijd moeten knokken. Ik ben het gewoon en op zich vind ik dat nog niet zo erg. We amuseren ons heel hard op het podium en het is fijn om alles te geven in de hoop dat het publiek daarin meegaat. Een deel van het plezier is ook het leren kennen van nieuwe mensen en het blijven plakken aan de toog.

De plaat werd op vier dagen tijd opgenomen. Waarom was dat? Om budgetaire reden of omdat het zo rauw moest klinken?
Budget speelde zeker een rol maar het heeft ook te maken met de wijze waarop we wilden opnemen. We wilden zoveel mogelijk live inspelen en achteraf niet te veel overdubs doen. Dat kon ook met deze liedjes en we hadden ook al een jaar gerepeteerd dus dat ging vlotjes. Met The Go Find duurde dat proces een pak langer. Het was vaak ook veel emotioneler. Nu leek het bijna vanzelf te gaan en hopelijk hoor je dat ook op de plaat. Bob Hermans ‘diensthoofd geluid’ speelt daarin ook een belangrijke rol, hij is al jaren onze partner in crime en heeft dat alweer goed gedaan!

Toen ik jullie wilde omschrijven aan een vriend die jullie niet kende, floepte ik gewoon de woorden “de indiepopversie van Dinosaur Jr.” eruit en nadien vond ik dat nog zo slecht niet. Ik veronderstel dat men jullie al in de meest vreemde hokjes heeft geduwd, niet?
Voorlopig valt dat nog wel mee. Maar de indiepopversie van Dinosaur Jr klinkt goed! Op zich is dat iets waar jezelf geen controle over hebt dus laat maar komen. Ik begrijp dat men graag vergelijkt. Zou ik ook doen als recensent. (lacht)

Een moeilijke vraag, maar goed: is muziek het mooiste wat er is?
Het is één van de mooiste dingen die er is absoluut! Het kan je in één seconde in een bepaalde sfeer brengen, herinneringen ophalen… en het samen spelen en voelen dat het klikt, dat is fantastisch. Nu kan ik als vader ook nog wel wat andere mooie zaken opsommen, maar dat zal ik houden voor Dag Allemaal.

Wat kies je van de drie: sex, drugs of rock ’n roll?
Echt een heel leuke vraag! (lacht)Ik kies voor rock’n roll dan kan ik sexy zijn op het podium. Al moet ik wel nog veel leren van Steven, Nico, Jules, Bob en Hans natuurlijk.

Wat is je favoriete plaat aller tijden en waarom?
Een vraag die ik morgen anders ga beantwoorden maar vandaag is dat Slantend & Enchanted van Pavement. Er hangt zoveel vast aan die periode: wij speelden in die periode met Orange Black het voorprogramma van Pavement in ’t Lintfabriek, ik luisterde dagelijks minstens 5 keer naar die plaat, ik zat op kot in Gent…

Met wie zou je het niet erg vinden om 8 uur in een lift mee te zitten en wat zou je dan doen?
Karl Ove Knausgard! Kunnen we wat bijpraten. Hij kent me niet, maar ik hem wel.

Het laatste woord is aan u, Dieter!
Free hugs voor iedereen die komt kijken!

DIDIER BECU

Facebook