DAVID BOWIE: Een jaar later.

Delfshaven, Rotterdam (NL), maandagochtend 11 januari 2016. Ik hoor mijn smartphone zoomen. Wie stuurt mij nu al een berichtje. Ha, het is T., wat zou zij me te vertellen hebben. Ik lees en zit vervolgens vol ongeloof te bibberen in mijn bed. Nee, dit kan niet waar zijn, dit klopt niet: dit is vast een hoax. Ik graai naar mijn laptop en check de informatie op meerdere websites. Het blijkt geen grap: David Bowie is overleden. Kanker. Hij ook. Klotekanker. Néé!  Ik onderdruk een luide vloek, ik wil de andere hotelgasten niet wekken.

Wanneer ik aan het ontbijt verschijn komt uitbater Kees me vragen of alles wel ok met me is. “U ziet er toch wat bleekjes uit, mijnheer”. Ik kwam tot niet meer dan twee woorden: “David Bowie”. Hij begrijpt het, mijn vrienden natuurlijk ook. Ook de andere hotelgasten. Iedereen begrijpt het.

“Mark, het is toch ‘maar’ een zanger, ok, een goede zanger zelfs? Kende je hem dan zo goéd?” Natuurlijk kende ik de man niet persoonlijk. Maar toen ik het nieuws vernam, was het alsof ik een goede vriend verloor. Een stuk muzikale identiteit is met ontnomen. Bowie was er altijd en nu plots niet meer. Geen speculaties meer over nieuwe releases of wie weet een nieuwe tour… geen nieuwe popparels meer.

Ik had zoals vele melomanen en Bowie-fans het album dat Bowie op 8 januari 2016, zijn negenzestigste verjaardag, uitbracht, al beluisterd en vond dat best een donkere plaat. Maar dat wist ik al toen ik in november 2015 de single Blackstar, in volle 9 minuten en 57 seconden had gedownload. Het was duidelijk: The Dame heeft weer een meesterwerk klaar.

Ik was enorm blij met The Next Day in 2013, maar Blackstar dat was en is toch nog twee divisies hoger, met meer durf en ruimte voor veel meer experiment. Mijn held was klaar voor een nieuw hoofdstuk, misschien was Blackstar diens nieuwste alterego? Ik was helemaal mee. Maar die ochtend in Rotterdam flitsten plotsklaps de teksten van vooral Blackstar en Lazarus door mijn hoofd. En ik kon alleen maar denken: “Hij wist het al, die hele tijd”. Was dit zijn testament?

In de dagen die volgden werd dan duidelijk hoe Bowie zijn ziekte die hele tijd verborgen had weten te houden. Naaste vrienden, de muzikanten op Blackstar, regisseur Ivo Van Hove met wie Bowie de musical Lazarus realiseerde, waren op de hoogte maar hielden hun gelofte aan Bowie en zwegen. Bowie hield controle, Bowie regisseerde.

Luisteren naar Blackstar lukte me amper begin vorig jaar. Er wat zinnigs over schrijven, wat ik steevast van plan was, al helemaal niet, maar ik vond genoeg mooie besprekingen waar ik me in kon vinden. Blackstar is een zoveelste hoogtepunt in Bowies rijk gevulde muzikale carrière, een orgelpunt. En wat een prachtig einde.

Sinds ik als elfjarige in 1983 voor het eerst met David Bowies muziek kennismaakte, toen met China Girl, Let’s Dance, Modern Love en Live Aid met Bowies performance daar, was ik volledig verkocht. Ik dook in Bowie’s back catalogue en ontdekte zoveel mooie muziek van de man in zijn vele gedaanten en muzikale avonturen, gaande van The Laughing Gnome en natuurlijk Space Oddity naar de glamrock met Ziggy Stardust & The Spiders from Mars over de soul man die naar boven kwam op Young Americans.  En ook later bleef Bowie verrassen.  De jaren ’80 werden besloten met vuige hard rock ’n roll in maatpak, in de vorm van Tin Machine, wat een springplank bleek naar bijzonder creatieve albums in de jaren negentig, de vrolijke funk en jazzpop van Black Tie White Noise, het donkere en beklemmende Outside of een Bowie die zich op jungle en dance smeet en zich dat volledig toe-eigende zonder te vergeten uitstekende songs aan te leveren.

En ook in de nillies bleef Bowie uitstekende albums afleveren met sterke albums zoals Reality (2003) en The Next Day (2013) en meesterwerkjes zoals Heathen (2002) en tot besluit Blackstar. (2016).

Bowie was zeker nog niet uitgezongen; de grandeur van Blackstar bewijst dat. Maar die smerige ziekte besliste er anders over.
We zullen het dus moeten doen met het vele moois dat The Dame ons naliet. De popgod is dood, lang leve zijn muziek.